Het eendraadschema
Het eendraadschema toont de elektrische opbouw: van de teller over het algemene differentieel naar de kringen, elk met zijn automaat, zijn kabel en de punten die eraan hangen. Elke kring krijgt een letter, elk stopcontact en elk lichtpunt een nummer. Bij elke beveiliging staan de kenmerken: de stroomsterkte van de automaat, de gevoeligheid en het type van het differentieel. Bij elke kabel het type, het aantal geleiders, de doorsnede en hoe ze gelegd is: in een buis in de wand, in de wand, op de wand of ondergronds. De aarding staat erop met het soort elektrode en de gemeten weerstand.
Alleen de officiële symbolen uit het AREI tellen. Eigen tekeningen of afkortingen leiden tot opmerkingen. Bij een KNX-installatie komt daar de domotica bij: de actoren in de kast, welk kanaal welk punt stuurt, en de busvoeding op haar eigen kring.
Het situatieschema
Het situatieschema is de plattegrond per verdieping met daarop elk stopcontact, lichtpunt, schakelaar en vast toestel, met dezelfde symbolen en dezelfde nummers als op het eendraadschema. Zo vindt de keurder elk punt terug. Ook de zekeringkast, de teller en de verbindingsdozen staan erop. Vergeet de garage, de berging, de zolder en de buitenverlichting niet.
Waar het misloopt
- Het schema klopt niet met wat er gebouwd is. Elke wijziging tijdens de werken moet erin.
- Nummers die niet overeenkomen tussen de twee schema's en de etiketten in de kast.
- Meer dan acht stopcontacten op één kring, of verlichting en stopcontacten samen op één automaat.
- Een differentieel zonder type of gevoeligheid, een kabel zonder doorsnede, een aarding zonder weerstand.
Zo komen ze uit je plan
In de planner van Bukinex zijn de schema's geen apart werk. Je tekent je plan en plaatst je punten; de planner verdeelt ze over kringen volgens de regels van het AREI, kiest de beveiligingen en tekent het eendraadschema en het situatieschema met de officiële symbolen. Wijzig je iets op het plan, dan kloppen de schema's meteen mee. Je drukt ze af als pdf voor de keurder.