Hoe een klassieke installatie werkt
De schakelaar zit in de kring: de draad van het lichtpunt loopt door de schakelaar. Wil je een lamp van twee plaatsen bedienen, dan leg je een wisselschakeling; van drie plaatsen, een kruisschakeling. Wat de schakelaar doet, ligt vast in de draden. Wil je later iets anders, dan moet je bekabelen.
Hoe KNX werkt
Elk lichtpunt, screen en geschakeld stopcontact loopt rechtstreeks naar een actor in de zekeringkast. De drukknoppen krijgen alleen een dunne buskabel. Wat een toets doet, staat in de programmatie, niet in de draden. Dezelfde toets kan vandaag de spots dimmen en morgen een scène starten. Alles wat op de bus zit, kan met alles samenwerken: een melder die het licht schakelt, een weerstation dat de screens laat zakken, een thermostaat die de vloerverwarming regelt.
KNX is een open standaard: honderden fabrikanten maken toestellen die met elkaar werken. Je zit niet vast aan één merk, en de installatie blijft programmeerbaar met de standaardsoftware ETS.
Het verschil in de praktijk
- Bekabeling: eenvoudiger met KNX. Geen wisselschakelingen, alle punten rechtstreeks naar de kast.
- Bediening: vrij te kiezen en later te wijzigen met KNX. Vast met klassiek.
- Prijs: het materiaal in de kast kost meer met KNX. Plaats je zelf, dan is het verschil kleiner dan je denkt.
- Later uitbreiden: met KNX een toestel erbij op de bus. Klassiek vaak een nieuwe kabel.
Voor wie klassiek beter past
Wie een kleine woning bouwt, weinig wil bedienen en nooit iets wil wijzigen, is met een klassieke installatie goed af. Wie screens, verwarming per ruimte en verlichting in scènes wil, zit bij KNX beter, ook op lange termijn.